Bouwstijlen woningbouw

Bouwstijlen hebben zich in de loop der jaren gevormd. Vorm, materiaalgebruik en toepassing spelen hierbij de hoofdrol. Voor de woningbouw kennen we grofweg 4 bouwstijlen, namelijk;

De jaren ’30 stijl

De jaren ’30 bouwstijl ook wel de Amsterdamse School genoemd wordt gekenmerkt door het gebruik van horizontale lijnen. Typerend voor de jaren ’30 bouwstijl zijn onder meer de royale dakoverstekken, bijzondere entreepartijen, fraaie metselwerkdetailleringen en forse houtafmetingen voor kozijnen en ramen, en de “omlopende” dakgootconstructies. Het materiaalgebruik is klassiek te noemen.

  • Horizontale belijning
  • Grote goot- en geveloverstekken
  • Bijzondere vormgeving van kozijnen
  • Rijke detaillering

De klassieke bouwstijl

De huizen met klassieke architectuur zijn statig, elegant en hebben tegelijkertijd een monumentale uitstraling. De klassieke bouwstijl is geïnspireerd op de (neo) klassieke gebouwen uit de 18e en 19e eeuw met een vrije interpretatie van de historische en moderne kernmerken. De klassieke bouwstijl kenmerkt zich door een overdekte entree, kolommen aan de gevel en een centrale plaatsing van de voordeur.

  • Statigheid
  • Elegantie
  • Rijke detaillering
  • Historische belangstelling
  • Symmetrie

De moderne bouwstijl

De moderne bouwstijl wordt gekenmerkt door rechte lijnen, weinig detaillering, open indeling met ruimtes die in elkaar overlopen en combinaties met andere materialen. Functionaliteit van ruimtes, duurzame materialen en hun invloed op het milieu spelen een belangrijke rol. Qua materiaal kunt u denken aan hout, steen, beton, metaal of pleisterwerk.

  • Individualiteit
  • Strakke vormgeving
  • Transparantie
  • Technologie

De eigentijdse bouwstijl

De eigentijdse bouwstijl kenmerkt zich door bijzondere ontwerpen en gedurfd materiaal- en kleurgebruik. Grote en opvallende glaspartijen met speelse elementen in de gevel zijn hierbij opvallend te noemen.

  • Eigenzinnigheid
  • Speelsheid
  • Opvallend en gedurfd materiaalgebruik
  • Transparantie